Een hoop stront.
Daarmee doel ik niet op de nieuwe president van Amerika of het grootste klimaatprobleem van Nederland. Het is wat ik van, of beter gezegd in mijn buurt vind.
Ik ben deze zomer verhuisd naar een betere buurt. Dat ‘beter’ is objectief: de gemiddelde prijs per m2 is volgens Funda zo’n 25% hoger dan bij de huizen in mijn oude buurt. Maar waar ik vroeger over de lege energyblikjes en pakjes sigaretten (oké en één keer zelfs een Wc-pot!) heenstapte, ben ik hier tijdens een wandeling mijn schone-schoenzolen niet zeker. Met een verplichte blik naar beneden scan ik de grond onder mij. Links-rechts-links-rechts. Slalommend probeer ik de piramides poep en bruine smeerplekken van onoplettende voorgangers te ontwijken. In de laatste paar koude weken gaat dat steeds moeilijker, omdat er steeds meer stront blijft liggen.
In de winter dragen veel mensen handschoenen, wat het openen van poepzakjes natuurlijk moeilijk maakt. Toen ik nog thuis woonde hadden mijn ouders ook een hondje en die liet ik zelf vaak uit. Dus been there done that. Ook zonder handschoenen is het openen van zo’n zakje lastig. Heb je nog nooit zo’n zakje gezien, denk dan maar aan een boterhamzakje. Zonder speeksel? Uitdagend. Met handschoenen? Kansloos.
Daarnaast zie hier in de buurt creaties liggen in het formaat van een chihuahua. Wat voor kalveren lopen hier door de buurt?! De moeilijkheid van poepruimen is daarmee nog groter en vierledig:
1. Een standaard poepzakje is véél te klein. Hiervoor is een vuilniszak nodig.
2. Oprapen vereist meer dan twee handen; ik zou zelf voor een schep kiezen.
3. Een schep past niet in je jaszak.
4. Wie houdt die vuilniszak open?
De kans dat de kalfeigenaar een vuilniszak, schep én assistentie meeneemt tijdens zijn wandeling schat ik op basis van mijn gedragskennis laag in. Daarom heb ik een andere oplossing bedacht. Genetische modificatie! De mens is al lang in staat om met genetische modificatie ziektes bij honden te bestrijden en ook zouden we, als het ethisch gezien niet compleet verwerpelijk was, honden het liefst zo schattig en knuffel-baar mogelijk maken. Denk aan al die fluffige hondjes waarvan je de ogen niet meer kunt zien. Of aan de snurkhondjes met veel te korte snuit (toevallig hadden wij die thuis, wisten wij veel).
Minder verwerpelijk lijkt me het aanpassen van het DNA van alle (kalverlijke) honden zodat zij enkel nog keutels leggen met de maximale grootte van een twee euromunt. Geen vuilniszak, schep of assistentie nodig.
Dit idee bedacht ik na drie maanden poep-ontwijking op straat. Als het handschoenenweer aanblijft sluit ik niet uit dat er nog betere ideeën ontstaan. Misschien wel in samenwerking met mijn buurtgenoten. Die blijken het namelijk ook zat te zijn (zie de foto hieronder). Ik denk dat we onze krachten moeten bundelen: mijn wetenschappelijke benadering versus hun pragmatische oplossing. Sowieso ben ik benieuwd naar de beelden. Wie weet lopen er echt kalfjes door mijn buurt! In dat geval zou ik die hogere Funda-prijs wel begrijpen.


Geef een reactie