“Vertel me alsjeblieft als ik ook zo word.”
Ik hoor het ze zeggen. Mijn ouders, zussen of vriendinnen. Allemaal ingegeven door een andere angst maar met dezelfde onderliggende boodschap: zo wil ik later niet zijn.
Het object dat aanleiding geeft voor deze uitspraak, vertoont vaak gedrag dat zij op dat moment verafschuwen. Denk aan verzuurde, altijd-ontevreden bejaarden of moeders die liever thuis blijven en over niks anders praten dan hun kind.
Ik hoor het keer op keer aan. De oprechte uitnodiging om er wat van te zeggen als een van mijn ouders, mijn zus of vriendin vergelijkbaar irritant gedrag zou gaan vertonen, nam ik vaak ten harte aan. Maar, nu het er op aan komt en alles teveel, te ver of teveel moeite is, durf ik er in de praktijk toch niet zoveel van te zeggen.
Waarom niet? Vraag ik mezelf af. Het verzoek deden zij allemaal met hun volle verstand, in een tijd zonder slechthorendheid, opkomende dementie, moederhormonen en krijsende kinderen. Het klonk in die tijd oprecht en ondanks dat we er om lachten, had het iets dringends. ‘Behoed me hiervoor’, zo klonk het. Maar in alle gevallen heb ik gefaald, liet ik de tijd zijn gang gaan en zag ik mijn dierbaren langzamerhand beetje bij beetje afdwalen van hun standpunt waar zij ooit zo zeker van leken te zijn.
En nu zit ik met hetzelfde probleem. Op dit moment voel ik me bewust bekwaam. Om mij heen zie ik patronen ontstaan waar ik zelf ver weg van wil blijven. Nu lukt me dat, maar de vraag is voor hoelang.
Dit proces doet me denken aan de vier stadia van bekwaamheid. Ze lijken zich, als het gaat om ouderdom of moederschap, omgekeerd voor te doen.
Eerst heb je geen idee en vertoon je automatisch sociaal geaccepteerd gedrag. Je bent onbewust bekwaam. Vervolgens vind je stap voor stap (met rollator of kinderwagen) de weg naar “sociaal” gedrag waar je omgeving vreselijk moe van wordt. Het is allesbehalve wat je je ooit had voorgenomen. Naarmate de tijd verstrijkt, is het moeilijk om die patronen te herkennen laat staan te doorbreken. Je bent onbewust onbekwaam. Gelukkig voor jou bevind je jezelf in totale onschuld. Tegelijkertijd maakt dat het kneiterlastig om er als dochter, zus of vriendin iets van te zeggen. Leven en laten leven, denk ik dan maar.
Voor wat het waard is: mocht ík zo worden, zeg er dan iets van. Grote kans dat ik op dat moment geen flauw idee heb waar jij het over hebt, het niet met je eens ben of gewoonweg geen zin heb om er iets aan te doen. Dat vind ik waarschijnlijk teveel moeite. Maar dan heb ik het tenminste wel gezegd en bij deze ook nog eens opgeschreven.

Laat een antwoord achter aan Melanie Rijkers Reactie annuleren